Waar blijf je dan?

‘Mijn naam is Hillary. Ik hou van een goed gesprek op een zomeravond of bij het haardvuur. Ik ben creatief, sociaal, eigenwijs en op zoek naar een serieuze vriendschap of relatie’.

Zo luidt de wervende tekst van mijn Tinderprofiel. Af een toe stuur ik een hartje naar een leuke foto van een man en wacht vervolgens op een reactie. Heel ouderwets geloof ik nog dat de man het eerste initiatief moet nemen en hoewel ik me niet altijd aan mijn eigen regels hou, wacht ik vandaag de dag nog steeds op een signaal van mijn inmiddels grijze of kalende prins op zijn oud geworden paard.

Ik wilde zo graag

Ik heb al van alles gedaan om een leuke man te ontmoeten. Heb zelfs een keer een duur datingbureau aan het werk gezet, waar je gesprekken met psychologen voert die vervolgens een geschikte man voor je uitzoeken. Een ramp pur sang. Je ontvangt dan per post een soort curriculum vitae met leeftijd, beroep en een telefoonnummer. Het is dan de bedoeling dat je elkaar gaat bellen. En ik, met mijn rotsvaste vertrouwen in het datingbureau, zat dan dagen te wachten op een telefoontje van de desbetreffende kandidaat. Na het telefoongesprek dat altijd een beetje stroef verloopt (een teken aan de wand), maken de heer in kwestie en ik een afspraak om ergens wat te gaan drinken. Een toegankelijke deal voor beide partijen. Meestal is de man zo hoffelijk om mijn kant op te komen en zit ik ergens in een café zenuwachtig te wachten. Met iedere minuut die voorbij gaat, wordt de hoop op een magisch moment groter. Ik wilde zo graag mijn toekomstige liefde ontmoeten. Ik staarde naar de deur alsof Bratt Pitt himself vanuit het niets, in mijn gezichtsveld zou verschijnen. En steevast voelde ik weer de stomp in mijn maag als de heer in kwestie toch niet mijn de man van mijn dromen was. Dat gevoel brengt mij vandaag de dag nog steeds van slag. In mijn linkeroor woont de stem van mijn geweten, die fluistert dat ik deze man toch minstens een kans moet geven. Mijn rechter hersenhelft zit in gedachten alweer bij iets anders maar laat zich er -met moeite- toch bijslepen. Dus ik stel mezelf voor, ga zitten en vraag wat hij wil drinken.

Verloren strijd

Het went nooit, zo’n eerste date. Ik voel me altijd erg ongemakkelijk en ga veel en snel praten. Ik probeer een mooiere versie van mezelf te zijn. Beter dan ik überhaupt ooit zal zijn. Talloze dates en ontmoetingen later is het voor mij nog steeds een bijna onmogelijke taak om me enigszins normaal te gedragen. De hoop en de wil aan de ene kant en de angst dat ik gedoemd ben om alleen te blijven aan de andere, moeten een verwarde indruk maken op de arme man. Na de eerste twee slokken van mijn koffie, bier of wijn, weet ik mezelf letterlijk te “vermannen”. Moeizaam komt het gesprek op gang en vindt er over en weer een soort kruisverhoor plaats. Meestal wordt de rechterhelft van mijn brein niet veel wijzer van deze informatie, maar de linkerhelft vind het nodig. Soms wint mijn analytisch vermogen en krijgt een man een kans om mijn hart voor zich te winnen. Een zware en bij voorbaat verloren strijd, weet ik inmiddels. Of ik word op slag verliefd en ga in de flirtmodus of ik knap alleen maar verder af en wil gewoon naar huis. Alleen!

 

Vervolgens meld ik me weer aan op Tinder, want dat doe je tegenwoordig als je single bent en nog graag een leuke man wil ontmoeten. De ene na de andere foto van een man in auto, met snoekbaars voor zijn buik of rare blik in de ogen, wordt naar links geswiped. Zo werkt Tinder voor de meesten en dat is voor mij niet anders. Het getal 49 dat als een soort prijskaartje op mijn foto prijkt, helpt ook niet echt. De stem in mijn linkeroor zegt zachtjes maar goed hoorbaar; “je wordt zo langzamerhand onmatchable” en de angst dat de liefde toch echt aan mijn neus voorbij gaat, slaat toe. Een lief stemmetje in mijn rechteroor fluistert bemoedigend dat ik het niet op mag geven, want ik verdien net zoals alle andere singles op leeftijd, nog een grote liefde in mijn leven. Maak ik mezelf wat wijs of doet mijn verlangen dat? ‘Je kunt het makkelijk accepteren als je voor altijd alleen zou blijven’, scandeert de stem in mijn linkeroor. Het is om gek van te worden en met veel kracht open ik de bak pudding ik net uit de koelkast heb gehaald, plof op bank en de zet de TV aan. Mijn telefoon trilt. Het is Ralph die aangeeft aangenaam verrast te zijn door onze match en ook hij houdt van een goed gesprek, is creatief, sociaal, eigenwijs en op zoek naar een serieuze vriendschap of relatie.

Hai Ralph…

Liefs, Hillary.