Zwerver kijken dan je neus lang is?

(Door Daniëlle)
Ik ben op mijn werk in Antwerpen en sta vlak bij de voordeur. Een nogal markante man staat geïnteresseerd naar de gevel ( van het pand ) te kijken. Hij draagt een rieten hoedje en een donkerbruin pak wat een beetje shabby om zijn lichaam valt. Zo te zien heeft hij al een poosje geen kapper, barbier en tandarts meer bezocht. Hij maakt oogcontact en stapt binnen. Ik zie een vraag branden in zijn ogen.
Of de naam van de winkel in het woordenboek staat. Nou, niet echt. Ik vertel hem wat over de oorsprong en hoe de naam is ontstaan. Een beetje beteuterd kijkt hij me aan.
Weet je wat het is? Hij lacht zijn twee voortanden bloot en zijn ogen gaan stralen. Hij vertelt: ” Komt er vanochtend een man naar me toe en die vraagt of ik een kopje koffie lust. Komt die meneer terug met zo’n lekker stokbroodje en van die garnaaltjes. Sap en nog twee croissantjes. Ik was al blij geweest met alleen koffie!”  Ik antwoord dat het hem dan vast van harte gegund was. Hij vervolgt zijn verhaal.
Weet je wat het is? Hij laat zijn handen zien. ‘Ik speelde vroeger dwarsfluit. Totdat ik een ongeluk kreeg. Je ziet het nog’. Hij wrijft over de rug van zijn hand. ‘Alle botjes waren gebroken. Maarja, ik kon dus geen noot meer fluiten’.
‘Ik moest iets verzinnen om te kunnen blijven spelen en lesgeven’. Wat ik begreep heeft hij een opzetstuk ontworpen voor hemzelf, maar kleine dwarsfluitstudentjes met kleine handjes konden er perfect de juiste grepen mee maken. Hij stuurde een brief met zijn uitvinding naar Amerika en naar Yamaha.
‘Van Amerika heb ik nooit niks gehoord, maar uit Japan kreeg ik een cheque van toen 1100 gulden’. Hee! Ik vond hem al geen Belgisch accent hebben.
Ik zeg hem dat het vast een goede uitvinding is geweest. In mijn ooghoek zie ik mijn collega druk bezig met klanten. ” Ik ga even bij de kassa helpen hoor meneer”. Hij zegt me gedag en zo plots dat hij voor de winkel stond, is hij ook weer weg.
Ik denk er eigenlijk niet meer aan tot daarnet. Wat een aardige man was het eigenlijk. Ik had nog wel even naar hem kunnen luisteren. Zo vriendelijk, welbespraakt. Klein beetje van de hak op de tak, klein beetje warrig. Stiekem vraag ik me af wat er in de tussentijd met hem is gebeurd.
Sommige mensen die er “zo” bijlopen werken wel eens afschrikwekkend. Daar loop je met een boogje omheen. Dit was echter een guitig mannetje. Ik vermoed dat hij een beetje sociale of financiële pech heeft gehad. Maar die 1100 gulden vroeger en zijn koninklijk ontbijt van vanochtend, hij was er zo blij mee.
Zo’n kort gesprekje met het baasje. Ik rijg ze aan mijn ketting met bijzondere ontmoetingen.
Ik weet het uit eigen ervaring. Achter elke zwerver zit vaak een schrijnend verhaal. Man of vrouw.  Ik kijk even schuin omhoog naar de sterrenhemel en denk ineens weer even aan je. Misschien stond het baasje niet voor niks voor mijn neus vandaag. Ik ben nu net zo oud als jij toen je plotseling overleed lieve Emmie, 44…
Liefs, Daniëlle.